IK-werk aan werkplezier

Blog artikelen


Hoe blijf je mentaal fit tijdens de tweede golf?

Geplaatst op 23 december 2020 door Petra van Reek

 

Mijn vorige artikel ‘Hoe blijf je mentaal overeind in de coronacrisis?’ heeft ervoor gezorgd dat ik dit najaar veel online trainingen over mentale fitheid heb morgen verzorgen voor uiteenlopende organisaties. Ik trainde o.a. directeuren, teamleiders en medewerker van een bank en leerkrachten van lagere en middelbare scholen. Ze wilden allemaal leren hoe je mentaal fit blijft in tijden van corona.

 

Deze trainingen IK-werk mentaal fit zijn heel positief ontvangen. In dit artikel deel ik een aantal van de beste tips met je die in deze online trainingen langskwamen. Tips waarvan deelnemers zeiden dat ze er het meest aan hebben gehad. Ik hoop dat je er als lezer ook je voordeel mee kunt doen, nu en na corona.

 

Tip 1: bespreek je energiegevers en -vreters met je collega’s

In de training liet ik mensen met elkaar in gesprek gaan over hun energiegevers en -vreters. Het langdurig onvrijwillig thuiswerken met als gevolg het gebrek aan écht contact stond bovenaan de lijst met energievreters. Alleen al dit delen deed de deelnemers goed. “Ik ben dus niet de enige die hier mee worstelt” was een veelgehoorde reactie. De (h)erkenning hielp om constructief met elkaar naar werkbare oplossingen te zoeken. Populaire voornemens waren: meer naar buiten, vaker bellen met elkaar (en dan niet over werk praten) en meer deelnemen aan informele online contactmomenten, zoals de online koffiecorner op maandagochtend of de online vrij-mi-bo. Wie zou jij meer kunnen bellen of (online) opzoeken voor een praatje over hoe het met je gaat?

 

Tip 2: luister vaker naar je innerlijke tegenpool

De mensen die de meeste behoefte hadden aan deze training hadden vaak een sterke Pusher en/of Perfectionist in zich. Ze werkten onafgebroken door, bewogen te weinig en worstelden met breinkramp. In de training leerden ze dat ze geen Pusher en/of Perfectionist zijn, maar dat ze die in zich hebben. Het is slechts een deel van hun persoonlijkheid. Ze leerden dat ze ook een tegenpool van dit deel in zichzelf hebben, maar dat die nu nog weinig ruimte krijgt. Bij mij is dat de kant die houdt van vrijheid, rust en reizen. De kant die graag naar Floortje naar het einde van de wereld en nu naar Floortje blijft hier kijkt. In een visualisatie ontdekten de deelnemers welke kant zij bij zichzelf onderdrukten en vaak was dat een kant die houdt van ontspanning, genieten en plezier. Ze leerden luisteren naar de behoeften en adviezen van deze kant. Er kwam veel innerlijke wijsheid los. Velen werden daar stil van en sommigen waren er zelfs tot tranen toe geroerd. Eén deelnemer liet me na een paar maanden weten na de training tientallen kilo's te zijn afgevallen. Ze was het zitten zat en ging beter voor zichzelf zorgen. Welke kant van jezelf heb jij de laatste tijd weinig ruimte gegeven? Als deze kant een stem heeft en jij bent bereid te luisteren, wat zou hij dan tegen je zeggen?

 

Tip 3: durf je kwetsbaar op te stellen

Assertiviteit kun je zien als een persoonlijke hulpbron om mentaal fit te blijven. Omdat het trainbaar is besteedden we hier ook aandacht aan in de training IK-werk mentaal fit. Assertiviteit begint met eerlijk zijn naar jezelf en naar elkaar. Toegeven dat het niet meer gaat, iets niet meer werkt of dat je iets nodig hebt. In de training spraken we heel open met elkaar over grenzen, wensen en behoeften. Door samen stil te staan werden de goede vragen gesteld. Daardoor kwamen de antwoorden, oplossingen en ideeën meestal vanzelf. Het maakte het trainen van gespreksvaardigheden zoals 'nee' zeggen en feedback geven soms zelfs overbodig. Zo (h)erkende een deelnemer bij zichzelf dat het thuiswerken hem dusdanig nekte dat hij er steeds meer psychische klachten van kreeg. Hij besloot dit bespreekbaar te maken met zijn manager en mocht vanaf dat moment één keer per week naar kantoor komen. Sindsdien gaat het een stuk beter met hem. Zou dit voor jou ook kunnen werken? Of heb je iets anders nodig?

 

Ik hoop dat deze tips je helpen om even stil te staan en te bedenken wat je nodig hebt in deze uitdagende tijd. Behoefte aan inspirerend leesvoer voor onder de kerstboom? Ik kan je deze twee boeken van harte aanbevelen: Werk heeft het gebouw verlaten - anders samenwerken na de cultuurshock van Jitske Kramer (nr. 1 op Managementboek) en Een nieuw begin - een kompas voor een andere manier van werken en leven tijdens en na corona van Tony Crabbe.

 

Ik wens je een mooie kerst en veel gezondheid, gezelligheid en (werk)plezier voor het nieuwe jaar! 

 

© Petra van Reek

 

> 0 reacties

> Plaats reactie

 


 

Al die stress, doen we het onszelf aan of is er meer aan de hand?

Geplaatst op 28 juni 2019 door Petra van Reek

 

Als kind viel het mij altijd op dat als mensen gevraagd werd hoe het met ze ging bijna iedereen “Goed!” antwoordde. Zelfs als ik wist dat het niet goed met ze ging. Tegenwoordig lijkt “Druk!” het standaard antwoord te zijn op deze vraag. We lijken zelfs zó druk dat steeds meer mensen, van (heel) jong tot oud, stress- en burnoutklachten ervaren. Burnout is nu volksziekte nummer één!

 

Wat gaat er mis? Al die stress, doen we het onszelf aan of is er meer aan de hand? En wat is er aan al die (werk)stress te doen? Wat kunnen we zelf doen en hoe kunnen we elkaar helpen? Dit zijn de meest gestelde vragen die ik van mijn opdrachtgevers krijg. Ze komen binnenkort ook aan bod bij het Nationaal Stressdebat, dat op 9 juli om 20.30 uur bij NPO 2 wordt uitgezonden.

 

Als bedrijfspsycholoog geef ik je hieronder vast mijn visie op deze vragen en een paar praktische tips voor op het werk.

 

 Al die stress, doen we het onszelf aan of is er meer aan de hand?

 

Zoals ik het zie: allebei. Dus ja, voor een deel doen we het onszelf aan. Wat dat betreft vind ik de metafoor treffend die bedrijfspsycholoog Tony Crabbe maakt in zijn bestseller ‘Nooit meer te druk’. Daarin vergelijkt hij ons mensen met Siamese kempvissen. Die eten zichzelf dood als ze teveel voer krijgen. De neiging onszelf te ‘overvoeren’ hebben wij als mensen ook, maar dan met informatie, communicatie, keuzes en verwachtingen. In een workshop die ik laatst gaf zei een deelnemer dat hij ergens had gelezen dat tegenwoordig 94% van de mensen zijn smartphone naar het toilet meeneemt. We staan dus continu ‘aan’. En daar is ons lijf helemaal niet op berekend. Als we niet regelmatig even ‘uit’ gaan slijten ons lijf en brein sneller.

 

Maar, zoals ik al zei, is er méér aan de hand. Door alle technologische en economische ontwikkelingen komt er gewoon veel op ons af. En dat wordt in de toekomst alleen maar erger. Daardoor neemt onze werkdrukbeleving toe. Maar het zijn niet eens deze ontwikkelingen waar ik bezorgd over ben. Wat mij wél zorgen baart is de trend die ik bij veel bedrijven zie. En dat is dat ‘druk zijn’ de nieuwe sociale norm lijkt te zijn geworden. Wij vinden het normaal dat we van vergadering naar vergadering rennen en geen tijd meer nemen om langer dan tien minuten ergens over na te denken. Terwijl de meeste mensen in ons land kenniswerkers zijn! Het lijkt me voor zich spreken dat dit geen gunstige ontwikkeling is. Een overvolle agenda ondermijnt namelijk niet alleen je denkkracht, maar ook je plezier en relaties. Hoe kunnen we hier nou beter mee omgaan? Lees hieronder een aantal praktische tips.

 

Wat kunnen we er zelf aan doen?

 

Tip 1: Stop met tijdmanagement

Daarmee creëer je namelijk alleen maar meer drukte. Manage liever je focus en aandacht, want dat is tegenwoordig een schaarser goed dan tijd. Hoe? Begin je dag eens met een wens. Wat wil je vandaag echt af hebben omdat je het al veel te lang aan het uitstellen bent? Begin daar mee en open je e-mail pas als je minimaal een uur geconcentreerd aan deze klus hebt gewerkt. Zo kom je tenminste toe aan de dingen die voor jou écht belangrijk zijn. Ben je snel afgeleid? Sluit jezelf dan op in een stille kamer, doe de deur dicht en zet je telefoon en andere schermen (inclusief meldingen!) helemaal uit. Vraag je collega’s je dit uur even niet te storen.

 

Tip 2: Geef jezelf regelmatig een breinpauze

Je wordt er écht slimmer van! Maak dus naast je to-do-lijst ook een not-to-do-lijst. Wat ga je vandaag niet doen? Welke vergadering ga je vandaag skippen? Zet het op je lijst! En stap niet in de valkuil om het gat in je agenda direct op te vullen met andere dingen van je to-do-lijst. Ga liever even naar buiten of lummelen voor een échte breinpauze. Anders heb je alsnog niks aan deze tip.

 

Tip 3: Stel toenaderings- i.p.v. vermijdingsdoelen

Alleen maar bedenken dat je minder stress en drukte wil helpt niet. Sterker nog, het werkt averechts, want onze hersenen kunnen niet goed overweg met het woord ‘niet’. Daardoor blijft de focus negatief. Denk maar eens niet aan een roze olifant. Zie je wel? Bedenk liever wat je wél wilt, bijvoorbeeld meer ontspanning en/of plezier. Dat motiveert ook veel meer om in beweging te komen. Zo ben ik begin dit jaar begonnen met het wekelijks volgen van pianolessen. En ik kan je vertellen dat ik daar nog steeds heel veel van geniet!

 

Wat kunnen we er met elkaar aan doen?

 

Tip 1: Doorbreek het taboe rondom stress

Praat met elkaar over hoe de balans tussen energiegevers en -vreters te herstellen. Samen bereik je meer dan alleen!

 

Tip 2: Zie stress en burnout niet direct als een persoonlijk probleem

Vaak als er méér mensen binnen een afdeling omvallen is er sprake van een organisatieprobleem. Niet zelden zit de bron bij de manager. Ga hierover het gesprek aan, hoe spannend ook.

 

Tip 3: Maak met je collega’s en manager (weer) tijd voor reflectie en intervisie

Wat kunnen we met én van elkaar leren van dingen die fout én goed zijn gegaan? Hoe kunnen we elkaar helpen in zware tijden? Tip: kies hierbij eens niet voor probleemgerichte, maar juist voor positieve intervisie. Dat genereert energie!

 

Tot slot is misschien het voorstel voor de Wet op onbereikbaarheid, die op 4 februari jl. bij het tv-programma Jinek ter sprake kwam, nog niet zo’n slecht idee. Zeker niet als we toch meer lijken op die Siamese kempvissen dan we willen toegeven.

 

Benieuwd hoe andere deskundigen aankijken tegen de huidige mate van stress en wat we er (samen) aan kunnen doen? Kijk dan op 9 juli a.s. om 20.30 uur naar het Nationaal Stressdebat op NPO2

 

Ik wens je een mooie zomer!

 

© Petra van Reek | IK-werk

 

> 2 reacties

> Plaats reactie

 


 

Tips voor een opgeruimd hoofd in een overvolle wereld

Gepubliceerd op 6 juni 2016 door Petra van Reek

 

‘Alleen sukkels hebben het druk’. Het is de titel van een artikel dat vorig jaar september trending was op de NRC-site. Het is geschreven naar aanleiding van het boek ‘Nooit meer te druk, een opgeruimd hoofd in een overvolle wereld’ van de Britse bedrijfspsycholoog Tony Crabbe. Het boek is razend populair en staat al een tijd in de boeken top-10. ‘Een boek dat je leven verandert’ volgens Daily Express. 

 

De titel triggerde ook mij en daarom ben ik het gaan lezen. Al jaren geef ik timemanagementtrainingen, dus ik verwachtte er niet veel nieuws in te lezen. Maar toch inspireerde het mij. De kern van zijn betoog: het gaat niet langer om ‘getting things done’ (naar het gelijknamige timemanagementboek van David Allen), maar om ‘not getting it all done’. Kiezen en focussen dus. Klinkt zo simpel, maar wat maakt dit toch zo lastig? En welke tips werken?

 

Volgens Crabbe denken we dat we het druk hebben omdat we zo veel moeten, op het werk en thuis. En door dat ‘moeten’ denken we geen keuze te hebben. We verliezen ons gevoel van regie en we voelen ons tekortschieten in één of meerdere rollen: als collega, partner, ouder, zoon/dochter…

 

Crabbe noemt in zijn boek de vijf werkelijke redenen voor onze drukte:

 

1. Druk zijn is makkelijker

Wanneer je je reactief laat leiden door alles wat op je af komt (op het werk bijvoorbeeld je inbox) hoef je geen keuzes en planning te maken.

 

2. Druk zijn is vermijding

De meeste mensen besteden liever tijd aan een eenvoudige dan aan een complexe taak. Zolang we druk blijven met eenvoudige taken kunnen we de complexe taken blijven uitstellen. Druk zijn is dus een verkapte vorm van uitstelgedrag!

 

3. Druk zijn is een merk

Wie druk is heeft ambitie en is belangrijk, denken we.

 

4. Druk zijn is een verslaving

Ons lichaam maakt stimulerende dopamine aan wanneer we onze e-mail checken en produceert opiaatachtige substanties wanneer we een zoekmachine gebruiken. Hoe sterk ben jij in het negeren van je impulsen wanneer je hoort dat er een berichtje op je telefoon binnenkomt?

 

5. Druk zijn is wat alle anderen zijn.

Druk zijn is kuddegedrag en wij zijn kuddedieren. Er lijkt geen ontsnappen aan.

 

Dat voortdurend druk zijn slecht is voor gezondheid, geluk en relaties weten we allemaal. Maar wist je ook dat het slecht is voor je carrière? Hoger op de carrièreladder gaat het niet meer om (nog) meer en harder werken, maar om impact en vernieuwing. Druk zijn werkt dan averechts.

 

Beter dus om de drukte voorgoed achter ons te laten. Wat kunnen we doen?

 

Meer/vaker ontspannen klinkt voor de hand liggend, maar is niet het antwoord volgens Crabbe. Hij noemt drie aspecten om drukte de baas te worden:

  1. Beheersing: niet je tijd, maar je aandacht managen zodat jij je leven weer beheerst in plaats van dat het leven jou beheerst.
  2. Onderscheiding: niet inzetten op méér productie, maar op eigenheid om succesvol te kunnen zijn op een concurrerende markt.
  3. Betrokkenheid: prioriteit geven aan je waarden en je aandacht richten op wat en wie voor jou werkelijk belangrijk zijn voor meer geluk in werk en privé.

In zijn boek geeft hij per aspect meerdere praktische tips. Ik deel hieronder de drie tips die ik het meest waardevol en vernieuwend vond.

 

Tip 1: Laat het idee los dat je alles kunt doen zolang je maar efficiënt met je tijd omgaat (beheersing)

Er is gewoon teveel wat je moet doen, dus je faalt niet als je het niet voor elkaar krijgt. Nòg beter plannen en organiseren zal je niet helpen, het levert alleen maar meer drukte op. Als je dit accepteert heb je de eerste stap al gezet naar meer geluk en (werk)plezier. Een inspirerende zin vond ik: “Eigenwaarde en zelfvertrouwen put je niet uit perfectie, maar uit het accepteren van imperfectie”. Zo is het! Dus neem alles (en vooral jezelf) wat minder serieus en wordt wat gemakzuchtiger en speelser. Verscheur je to-dolijst, laat wat e-mails onbeantwoord en je telefoon af en toe thuis. Je zult ervaren dat het geen ramp is.

 

Tip 2: Herdefinieer succes (onderscheiding)

Wanneer ben je succesvol? Veel mensen denken dat ze succesvol zijn als ze veel, hard en zo efficiënt mogelijk werken. Dat gold misschien in het industriële tijdperk, maar tegenwoordig red je het daar niet meer mee. De meest succesvolle organisaties, zoals Apple, zijn niet succesvol omdat ze zo veel kunnen produceren, maar omdat ze vernieuwend zijn en daardoor impact hebben. Om te kunnen vernieuwen is het belangrijk dat je focus aanbrengt. Als praktisch handvat om focus aan te brengen noemt Crabbe de balanced scorecard uit het bedrijfsleven, een model waarmee een organisatie kan focussen op alles wat van belang is. Het bestaat meestal uit vier perspectieven die met elkaar in balans zijn. Die van Crabbe zijn: Leveren (dagelijks werk), Schrijven (inclusief onderzoek en denkwerk), Contacten (werk) en Energie (emotioneel en fysiek). Hij voelt zich succesvol als hij elke maand focust op allevier de perspectieven en hierin vooruitgang boekt. Wat zijn de jouwe?

 

Tip 3: Investeer in jouw 15 dierbaarste mensen (betrokkenheid)

Echt geluk vind je niet in verstrooiing van je aandacht en contacten, maar juist in diepgang, aandacht hebben voor waardevolle momenten en een sterkere betrokkenheid bij wat je doet en bij je 15 dierbaarsten. Wie staan er in jouw top 15 en zou je meer aandacht willen geven? Onderzoek toont aan dat geven leidt tot win-win: het is niet alleen fijn voor de ander, maar je versterkt er ook je eigen gezondheid, geluk en geestelijk welbevinden mee. Het maakt ons tevens veerkrachtiger en weerbaarder tegen de stress van het moderne leven.

 

Inspireren deze tips jou ook? Welke ga je toepassen? Of welke pas je al toe en met welk resultaat? Ik ben je dankbaar als je hier een reactie achterlaat om andere lezers en mij te inspireren.

 

© Petra van Reek | IK-werk

 

> 2 reacties

> Plaats reactie

 


 

Hoe maak je werkstress bespreekbaar zonder zwak over te komen?

Gepubliceerd op 17 december 2015 door Petra van Reek

 

‘Stress is voor losers’ was de kop van een artikel in NRC afgelopen woensdag. Dit artikel bevestigt voor mij dat er helaas nog steeds mensen zijn die stress zien als een zwaktebod. Alsof je openlijk erkent het werk niet (meer) aan te kunnen als je aangeeft werkstress te ervaren. Terwijl het niet altijd aan de persoon ligt, maar vaak aan de organisatie van het werk of een mismatch tussen persoon en omgeving. Daarnaast vind ik het juist sterk wanneer mensen zich verantwoordelijk gedragen naar zichzelf, hun collega's, klanten en hun werkgever. Daarmee weten ze uitval en dus problemen voor zichzelf en anderen te voorkomen. 

 

Op dit moment maakt slechts één op de drie mensen met werkstress dit actief bespreekbaar met zijn/haar leidinggevende. Terwijl managers er juist op vertrouwen dat medewerkers het wel zullen aangeven als ze werkstress ervaren. Niet dus. Dit leidt er toe dat er volgens TNO Arbeid nu 1 miljoen Nederlanders zijn die burnoutklachten ervaren.

 

Het aangaan van de dialoog met je leidinggevende blijkt de beste interventie te zijn bij werkstress, maar hoe doe je dat zonder zwak over te komen? 

 

Tip 1: Wees er op tijd bij

Wacht niet tot het echt niet meer gaat, want dan maak je het jezelf wel heel lastig om op een krachtige manier aan te geven dat je werkstress ervaart en daar actief iets aan wilt doen. Liever dus eerder aan de bel trekken, als je de eerste alarmbellen bij jezelf voelt afgaan. Welke dat zijn verschilt per persoon. De één krijgt hoofdpijn, de ander juist rugpijn. Dit zijn voorbeelden van fysieke stresssignalen. Irritatie, lusteloosheid en concentratieproblemen zijn voorbeelden van mentale signalen. Meer snoepen of roken zijn weer voorbeelden van stressuitingen op gedragsniveau. Meestal ervaren mensen een combinatie van alarmbellen. Om er op tijd bij te kunnen zijn is het belangrijk dat je ze van jezelf (h)erkent en tijdig aankaart. Hoe lees je bij tip 2.

 

Tip 2: Gebruik positieve taal

‘Help, ik het trek het niet meer’, is geen sterke tekst richting je manager als je werkstress ervaart en op een krachtige manier bespreekbaar wilt maken. Mijn ervaring is dat dit vaak wel is wat we zeggen wanneer we het veel te hoog hebben laten oplopen. Daarom is tip 1 ook zo belangrijk. Als je er nog op tijd bij bent, is mijn advies vooral positieve taal te gebruiken. Dit doe je door te benadrukken waar je goed in bent, waar je je nog in wilt ontwikkelen en wat je van jezelf en de ander nodig hebt om te groeien. Bijvoorbeeld: “Ik ben goed in het schrijven van rapportages, omdat ik analytisch sterk ben. Waar ik nog beter in wil worden is het omgaan met een hoge werkdruk. Ik wil onderzoeken of ik dit kan leren in een training of coachingstraject. Wat ik van jou nodig heb is dat je me voorlopig helpt bij het bepalen van mijn prioriteiten. Wil je dit voor me doen? En heb je wellicht nog goede tips voor me? Zo klink je ‘in control’, positief en oplossingsgericht. Sterk toch?

 

Tip 3: Maak goede afspraken over wie wat oppakt

Tip 3 vloeit logischerwijs voort uit de vorige tip. Deze is ook makkelijk toepasbaar als je duidelijk hebt aangegeven welke maatregelen je zelf gaat treffen en wat je nodig hebt van anderen in de organisatie (je manager, collega’s, HR, directie etc). Wil je de kans vergroten dat je manager zich ook echt aan jullie afspraken committeert? Leg deze dan schriftelijk vast. Dat maakt het ook makkelijker hier op terug te komen. 

 

Kortom: (h)erken je alarmbellen, maak ze tijdig en op een positieve manier bespreekbaar met je leidinggevende en leg gemaakte afspraken vast. Als je dit doet zul je zien dat je stevig in plaats van zwak over komt op anderen. Precies wat jij graag wilt en managers graag zien!

 

Zijn mijn tips nuttig voor jou? Ik lees je reactie graag en wens je vooral veel werkplezier!

 

© Petra van Reek | IK-werk

 

> 0 reacties

> Plaats reactie

 


 

EHBO: Eerste Hulp Bij Oververmoeidheid

Gepubliceerd op 30 april 2014 door Petra van Reek

 

De meeste mensen die ik coach kampen met klachten van oververmoeidheid. Ze zijn zo moe dat ze zich nergens meer toe in staat voelen en daarom maar ‘toegeven aan hun vermoeidheid’. Als ik in coachingsgesprekken doorvraag hoe ze dat doen hoor ik vaak dat ze ’s avonds na het werk (als ze nog werken) op de bank neerploffen en in slaap vallen. Totdat ze wakker worden, opstaan en zich met moeite naar hun bed slepen om daar de slaap te hervatten (als dat dan nog lukt). Als ik hen vraag of het helpt hoor ik vaak van niet. En daarom dit EHBO-artikel met praktische tips: wat te doen als je oververmoeid bent?

 

Tip 1: (H)erken je vermoeidheid

De mensen die ik coach met een sterke innerlijke ‘Pusher’ (en dat zijn er veel!) herkennen hun vermoeidheid wel, maar hebben vooral moeite met het erkennen ervan. Ze willen vooral doorgaan en zien vermoeidheid eerder als een signaal om nog even een tandje bij te zetten dan pas op de plaats te maken. Onder het mom van: ‘anders komt mijn werk nooit af’. Dit lijkt een heel actieve manier van omgaan met problemen (=  coping), maar is juist kenmerkend voor passieve coping. Immers, ze nemen niet de tijd om de oorzaak van hun klachten aan te pakken en gaan maar door. Daarmee putten ze zichzelf uit. Als ze ook nog eens behept zijn met een sterke innerlijke ‘Pleaser’ en ‘Perfectionist’ is de ‘burnoutcocktail’ compleet.

 

Tip 2: onderzoek de aard en oorzaak van je vermoeidheid en onderneem passende actie

Ben je niet zozeer fysiek, maar vooral mentaal moe? Ga dan niet op de bank liggen om uit te rusten, maar ga bewegen! Maakt niet wat je gaat doen (wandelen, fietsen, hardlopen etc.), als je maar niet direct je grenzen gaat opzoeken (zoals een halve marathon lopen). Want dan wordt het alsnog een uitputtingsslag en ben je letterlijk en figuurlijk verder van huis. Kijk ook waar je nu precies zo moe van bent. Is de werkdruk te hoog? Ligt er privé teveel op je bord? Past je baan niet meer bij je? Neem de tijd om naar oplossingen te zoeken die jouw probleem bij de kern aanpakken.

 

Tip 3: raadpleeg een arts om een medische oorzaak uit te sluiten

Twijfel je of je vermoeidheid een medische oorzaak heeft? Raadpleeg dan voor de zekerheid je huis- of bedrijfsarts. Maar pas op voor onnodig gemedicaliseer, waar sommige artsen toe geneigd zijn. Want in veel gevallen zijn je klachten wel medisch (bijv. hoofdpijn), maar is de oorzaak dit niet (bijv. disbalans werk/privé). Mijn beroepsgroep kennende: pas ook op voor onnodig gepsychologiseer! ;-)

 

Tip 4: zoek steun bij je leidinggevende en/of een deskundig adviseur

Of de oorzaak van je klachten nu werkgerelateerd is of niet, ik raad mensen wel vaak aan het bepreekbaar te maken met hun leidinggevende. Als je een goede leidinggevende hebt, zal deze je dankbaar zijn voor je eerlijkheid en je waar mogelijk steunen. Is je leidinggevende juist de oorzaak van je probleem? Zoek dan hulp bij een vertrouwenspersoon, de bedrijfsarts of een bedrijfspsycholoog/coach. Zij kunnen je helpen bij het vinden van oplossingen voor je problemen. Heb je vooral moeite met het vragen en accepteren van steun? Heb dan het lef je hierin te laten coachen. Je zult zien dat je er alleen maar sterker van wordt!

 

Ben je geholpen met de tips in dit artikel? Ik lees graag je reactie.


© Petra van Reek | IK-werk

 

> 0 reacties

> Plaats reactie

 


 

Wat Sven Kramer ons leert over het incasseren van tegenslagen

Gepubliceerd op 21 februari 2014 door Petra van Reek

 
Voor de vierde keer een Nederlands schaatspodium in Sotsji. Wat een topprestatie! En wat was het spannend! Wie wint goud? Jorrit of Sven? Het werd Jorrit. Wat een wereldtijd. Respect!
 
jorrit, sven, bob website.jpg
 
Maar ook respect voor de manier waarop Sven Kramer deze grote klap incasseerde. Hij had zo graag die 10 kilometer willen winnen. Zeker na die foute wissel in Vancouver vier jaar geleden. Maar hij werd tweede…
 
Tegenslagen incasseren. Niemand doet het graag. Maar je ontkomt er niet aan, helaas. Niemand. Dus je kunt er maar beter goed mee om leren gaan. Maar hoe doe je dat? Laat je inspireren door de vijf lessen van Sven Kramer.

 

 
 Sven: “Het is gewoon klote.”  
 

Les 1: sta jezelf gevoelens van teleurstelling en verdriet toe

Als je jarenlang keihard werkt om een doel te bereiken (in sport, werk of privé) en het mislukt, dan is het logisch dat je teleurgesteld bent. Als je dit (h)erkent in plaats van wegmaakt of relativeert, geef je jezelf letterlijk lucht om te ontladen. En dat helpt je weer er sneller bovenop te komen. Jezelf forceren, voor de gek houden (“het doet me niks”) of relativeren (“er zijn ergere dingen in het leven”) kost je bakken energie die je ongetwijfeld beter kunt besteden. In tegenstelling tot anderen heb ik me daarom ook totaal niet gestoord aan Kramers gelatenheid op het podium. Maar wel aan de reactie van Bob de Jong: “Hij wil een bedroefde sfeer neerleggen en dat doet pijn”. Waarom zou Sven dat willen? Hij had net dé wedstrijd van zijn leven verloren en daar is hij bedroefd over. Ik vind deze reactie getuigen van weinig inlevingsvermogen. En had liever gezien dat hij een schouder van Bob had gekregen in plaats van kritiek.
 
Sven: “Jorrit rijdt hier een wereldtijd.”
 

Les 2: wees sportief over de prestaties van anderen

Sven is nog maar net over de finish en feliciteert Jorrit al met zijn overwinning. Ook daarna steekt hij geen energie in vuilspuiterij. En dat maakt hem wat mij betreft een sportieve teamspeler die de steun van zijn team verdient. Nogmaals, jammer dat hij die niet van iedereen heeft gekregen.
 
Sven: “Je moet voor de 10 kilometer 100% fit zijn en dat was ik niet… Maar ook al was ik fit dan had ik nog maar moeten zien of ik deze tijd haal. Ik ben nog nooit sneller geweest dan Jorrit.”
 

Les 3: wees eerlijk naar jezelf en anderen

Is Sven eerlijk? Ik weet het niet. Hij begint in het interview wel heel snel over zijn rugklachten. Maar hij zegt ook dat Jorrit gewoon een supertijd heeft gereden. Hij legt het dus niet volledig buiten zichzelf. En dat vind ik sterk. Want je kunt jezelf alleen verbeteren als je bij tegenslagen ook bereid bent naar je eigen aandeel te kijken.  
 
Sven: “Niet meedoen? Zo zit ik niet in elkaar.”
 

Les 4: geef het niet op, maar kijk naar wat je nog wel kunt doen

In mijn werk hoor ik het mensen nog wel eens opgeven voordat ze geprobeerd hebben iets aan een lastige situatie of zichzelf te veranderen. Dat vind ik altijd zo zonde. Vaak zijn heel drastische maatregelen, zoals je baan opzeggen, helemaal niet nodig. Je assertief opstellen is soms al voldoende. Of steun vragen én deze accepteren. Het zijn vaardigheden die je kunt  ontwikkelen als je dat wilt. En die je sterker maken.
 
Sven: “Ik ben helemaal niet bezig met de Spelen over vier jaar. Het moet geen obsessie worden”
 

Les 5: er is méér dan dat ene doel

Er is méér dan schaatsen. En voor velen geldt: er is méér dan werk. Er zijn maar heel weinig mensen die op hun sterfbed zeggen: “Had ik maar meer gewerkt”. Veel vaker komt het voor dat ze meer hadden willen genieten van hun dierbaren en het leven. Als je je dat realiseert en daar ook naar handelt heb je meer plezier én ben je veel weerbaarder bij tegenslag.
 
Ik ben benieuwd naar je reactie op dit artikel. Laat je van je horen?

© Petra van Reek | IK-werk 

 

> 3 reacties

> Plaats reactie

 


 

Vier tips om werkstress de baas te blijven in onzekere tijden

Gepubliceerd op 10 december 2013 door Petra van Reek

 

Verzekeraar Achmea schrapt de komende drie jaar 4.000 van de 19.000 banen. Dat hoorde ik vorige week op het nieuws. Maar niet alleen bij Achmea vallen er klappen. Grote ontslagrondes zijn er het afgelopen jaar ook geweest bij Nationale Nederlanden, SNS Reaal, Aegon, Menzis en Univé.

 

Ike Wiersinga van CNV Dienstenbond vertelde in de nieuwsuitzending dat de werkgelegenheid in de bank- en verzekeringswereld de afgelopen vijf jaar is afgenomen van 150.000 naar 100.000 arbeidsplaatsen. En dat er de komende vijf jaar nog eens 50.000 banen zullen verdwijnen zodat er nog maar 50.000 zullen overblijven.

 

Als je werkt in deze branche kan ik me voorstellen dat je veel stress ervaart. Je vaste contract biedt immers geen zekerheid meer. Daarnaast word je genoodzaakt met minder mensen meer werk te verzetten. Hoe houd je het vol zonder geveld te worden door alle werkstress? In dit artikel geef ik je vier tips.


Vier tips om werkstress de baas te blijven in onzekere tijden

Tip 1: bewaak je grenzen en laat verantwoordelijkheden waar ze horen

Veel mensen die ik coach en train zijn met overbelastingsklachten op het werk uitgevallen.  Pas als ze thuis zitten realiseren ze zich dat ze te lang over hun grenzen zijn gegaan. Achteraf weten ze precies welke stresssignalen ze hebben genegeerd: aanhoudende vermoeidheid, vol hoofd, nek-, schouder- en/of rugklachten, verlies van motivatie en werkplezier, kort lontje, slaap- en/of concentratieproblemen. Herken jij (al) deze klachten bij jezelf? Blijf dan niet doorrennen, maar trek aan de bel bij je manager. Zeg dat het zo niet langer gaat en vraag om steun. Schaam je hier niet voor! Mijn ervaring is dat te veel medewerkers van een managementprobleem hun probleem maken. En daarmee houden ze zelf de problemen in stand, hoe goed bedoeld ook. Niet doen dus!

 

Tip 2: blijf tijd maken voor ontspanning en plezier om jezelf op te laden

Helaas hoor ik vaak dat mensen het eerst stoppen met hobby’s en sociale contacten als ze het (te) druk hebben. Met als gevolg dat ze zichzelf nog sneller uitputten, omdat er meer energie weglekt dan er terugkomt. Waar krijg jij energie van? Sporten, uitgaan met vrienden, muziek maken of schilderen? Wat het ook is, blijf het juist doen als je druk bent om te voorkomen dat je uit balans raakt.

 

Tip 3: maak je niet te afhankelijk van je werkgever, maar pak je kansen

In deze tijd zie ik veel mensen die graag van baan zouden veranderen, maar dat toch niet doen. Zelfs als hun huidige baan hen ziek maakt. Vaak om financiële redenen. Ik snap dat je als kostwinner liever geen risico’s neemt. Maar realiseer je dat je nóg verder van huis bent als je langdurig uitvalt door overbelasting. En dat tegenwoordig geen baan meer voor het leven is. De ‘zekerheid’ die je nu misschien haalt uit een vast contract is een schijnzekerheid. Daarom deze tip om je niet te afhankelijk op te stellen van je werkgever en zelf de regie te blijven voeren over je loopbaan. Benieuwd naar hoe jij je kansen op de arbeidsmarkt kunt vergroten? Test hoe goed jij bent in het creëren én benutten van kansen en laat je inspireren door anderen via deze link: http://werknemers.duurzameinzetbaarheid.nl/kansen-benutten.

 

Tip 4: ga ‘jobcraften’ om je werk leuker te maken

Jobcraften betekent letterlijk ‘sleutelen aan je baan’ voor meer werkplezier. Dit kun je doen door je hulpbronnen op het werk te verhogen (bijv. het zoeken van steun, feedback en leermogelijkheden) en je taakeisen te verlagen (d.w.z. taken versimpelen/verlichten of efficiënter werken). Uiteraard wel in overleg met je leidinggevende. Vind je jouw werk juist te saai/simpel? Kijk dan of je je taakeisen kunt verhogen. Bedenk welke verantwoordelijkheden/uitdagingen je aan je huidige functie zou willen toevoegen en maak dit bespreekbaar met je leidinggevende.

 

Bonustip: Levert jobcraften je onvoldoende op en wil je echt weg bij je huidige werkgever? Maak dan niet de fout (zoals helaas veel mensen doen) om een negatieve keuze te maken. Vanuit de gedachte: ‘Alles beter dan dit’. Vaak beland je dan van de regen in de drup. Kies altijd voor een baan omdat hij aansluit bij jouw talenten en interesses.

 

Ik ben benieuwd naar je reactie op dit artikel. Laat je van je horen?


© Petra van Reek | IK-werk

 

> 5 reacties

> Plaats reactie

 


 

5 tips voor als Het Nieuwe Werken (HNW) nog niet werkt voor jou

Gepubliceerd op 16 september 2013 door Petra van Reek

 

Meer dan de helft van de kennisspecialisten/professionals in Nederland bepaalt zelf waar en wanneer zij werken. Het Nieuwe Werken (HNW) lijkt niet meer zo ‘nieuw’ te zijn. De eerste wetenschappelijke publicaties over HNW hebben vooral oog voor de voordelen voor werkgevers. Denk aan: lagere kosten voor huisvesting, minder reistijd, lagere reiskosten, werknemers die effectiever en efficiënter werken etc.

 

HNWa.jpg

 

Maar wat zijn de gevolgen van HNW voor werknemers? Hier is nog relatief weinig onderzoek naar gedaan. Maar de onderzoeken die gedaan zijn tonen aan dat HNW:

  1. een positief effect heeft op prestaties, efficiency en werktevredenheid
  2. als minder vermoeiend wordt ervaren
  3. niet leidt tot minder stress en uitputting
  4. bijdraagt aan het vervagen van de grenzen tussen werk en privé, wat juist kan zorgen voor een toename van stress
  5. ertoe leidt dat mensen eerder meer dan minder uren gaan werken

Het meest interessant vind ik nog het onderzoek van GITP en Veldhoen + Company in 2011. Hierin is gekeken naar de invloed van persoonskenmerken van medewerkers op werktevredenheid en productiviteit bij HNW. En wat blijkt? Een hoge mate van extraversie, vriendelijkheid, consciëntieusheid en vooral intrinsieke motivatie hebben een positieve invloed op werktevredenheid en productiviteit bij HNW. Extraverten zijn goed in het actief leggen van contacten en het nemen van initiatief. Vriendelijke mensen kunnen vaak goed samenwerken en mensen die consciëntieus zijn kunnen heel goed structuur aanbrengen en planmatig werken. Deze vaardigheden zijn allemaal belangrijk voor HNW, want hierbij wordt een behoorlijk beroep gedaan op je sociale vaardigheden en het vermogen jezelf effectief aan te sturen.

 

Verder blijkt onzekerheid een negatieve invloed te hebben op werktevredenheid en productiviteit bij HNW. Onzekere mensen worden volgens GITP gehinderd door schuldgevoelens over het feit dat ze plaats- en tijdonafhankelijk werken. En ze zijn bang dat hun collega’s en leidinggevende denken dat ze thuis niets uitvoeren en dat ze als gevolg een slechtere beoordeling krijgen.

 

Wat te doen als je ervaart dat HNW niet zo goed bij je past?

 

Tip voor introverte mensen

Je kracht is dat je goed in staat bent alleen te werken. Maar pas op dat je jezelf niet teveel afsluit van je omgeving en vervalt in passiviteit. Blijf de contacten met je collega’s en je leidinggevende actief onderhouden zodat je op de hoogte blijft van elkaar, weet wat er speelt op het werk en productief blijft.

 

Tip voor onzekere mensen

Je kunnen inleven in anderen is een kwaliteit, maar pas op dat je geen aannames doet die je angst en onzekerheid aanwakkeren (zoals: “Ze denken vast dat ik niets uitvoer thuis.”). Check de feiten en vraag je collega’s en leidinggevende wat ze er werkelijk van vinden als je thuis/buiten kantoor werkt. Grote kans dat je je onnodig zorgen maakt. Zonde van je tijd en energie!

 

Tip voor mensen die soms  te assertief  en doelgericht zijn

Goed dat je assertief en doelgericht bent, maar vergeet de ander niet! Als je meer luistert en rekening houdt met de ander, loopt de samenwerking een stuk soepeler en krijg je meer voor elkaar.

 

Tip voor mensen die moeite hebben met plannen en het afronden van taken

Stel jezelf elke werkdag doelen en begin je dag met wat je per se gedaan wilt hebben. Zo houd je overzicht en regie over je werk in plaats van erdoor geleefd te worden. Begin dus niet met het lezen van je e-mail (wat veel mensen doen), want dan komt er meestal niks meer van je doelen terecht en belanden ze morgen opnieuw op je to-do lijst.

 

Tip voor iedereen die waarde hecht aan een gezonde werk-privé balans

Als je stress door HNW wilt voorkomen, luister dan goed naar je stresssignalen en bewaak je grenzen. Ontwikkel je vaardigheden in assertiviteit, timemanagement en stresshantering om sterker te worden in zelfmanagement. Dan werkt HNW ook voor jou!

 


© Petra van Reek | IK-werk

 

> 0 reacties

> Plaats reactie

 


 

Drie tips om leren leuker te maken voor jezelf

Gepubliceerd op 21 juni 2013 door Petra van Reek

 

Leren doet pijn. Groeipijn noemde één van mijn leidinggevenden het toen ik nog in loondienst werkte. Tijdens mijn trainersopleiding leerde ik juist het tegenovergestelde. ‘Waar niet wordt gelachen, wordt niet geleerd’, vertelde de docent ons. Wie heeft er nu gelijk? Ik denk dat ze allebei gelijk hebben.

 

Zo hoor ik mensen met burnoutklachten vaak zeggen dat ze al lange tijd stresssignalen gevoeld hebben, maar die net zo lang genegeerd hebben totdat het lijf het niet meer toeliet. Typische burnoutklachten zijn: oververmoeidheid, concentratieproblemen, verlies van werkplezier, emotionele instabiliteit en onzekerheid over de eigen capaciteiten. Tja, en zo bekeken doet leren pijn.

 

Maar is pijn per se noodzakelijk om te kunnen leren? Ik weet dat er coaches, psychologen en opleiders zijn die hiervan overtuigd zijn en hun werkwijze hier op baseren. Ze zien een coaching of training pas als geslaagd wanneer er tranen hebben gevloeid. Alsof dát het criterium is.

 

Nu lijkt het misschien alsof ik tegen tranen ben, maar dat is zeker niet zo. Ik weet - ook uit eigen ervaring - hoe helend het kan zijn om je emoties te uiten. Zeker als je veel verdriet hebt en dit al lang hebt ingehouden. Vaak lucht het op en verzacht het je pijn zodat je weer verder kunt.

 

Maar het is zeker niet de enige manier om te leren of te groeien. Want in mijn coachings en trainingen zie ik ook vaak hoe helend humor kan werken. Zeker voor mensen die in een burnout zijn beland door te lang superstreng te zijn naar zichzelf. Dan kan juist een speelse aanpak voor lucht zorgen.

 

Speciaal voor de lezers die over het algemeen vrij streng zijn voor zichzelf heb ik een paar tips om leren leuker te maken.

 

Tip 1: Bedenk regelmatig leuke uitdagingen voor jezelf

Wat is jouw grootste les? Fouten durven maken? Durven delegeren? Jezelf profileren? Je grenzen beter bewaken? Wat het ook is, je kunt het op een leuke manier leren door jezelf uit te dagen met risico-opdrachten. Dit zijn oefeningen die je voor jezelf bedenkt om uit je comfort-zone te stappen in de richting van je leerdoel. Ik geef deze opdracht altijd in assertiviteitstrainingen en sta regelmatig versteld van de creativiteit en humor die deelnemers in huis hebben! Zo zal ik nooit de deelnemer vergeten die de groep verraste door ‘De meeste dromen zijn bedrog’ van Marco Borsato op zijn stoel te gaan zingen! Zijn leerdoel laat zich raden: zichzelf meer profileren. Na deze ervaring ging dat op het werk ook een stuk beter. Het leuke van risico-opdrachten is dat je ze niet per se op het werk hoeft te doen om er daar van te profiteren. Ideaal dus voor vakanties!

 

Tip 2: Laat iemand die jou goed kent een uitdaging voor je bedenken

Ideale tip als je zelf niet zo creatief bent in het bedenken van risico-opdrachten. Voor een ander is het vaak makkelijker dan voor jezelf, dus vraag je zus, partner, vriend(in) of een goede collega eens om mee te denken.

 

Tip 3: Zoek iemand op met hetzelfde leerdoel en bedenk samen een leuke uitdaging die je ook samen uitvoert

Onmiddellijk moet ik denken aan twee deelnemers uit een andere assertiviteitstraining dan bij tip 1. Zij hadden als leerdoel om meer voor hun eigen belangen op te komen in plaats van zichzelf altijd wegcijferen voor anderen. Op een dag hebben zij de stoute schoenen aangetrokken en iets ondernomen wat zij voorheen nooooit gedurfd hadden. Ze zijn samen naar een schoenenwinkel gegaan waar ze het personeel het ene paar na het andere paar schoenen lieten aanrukken uit het magazijn. Om vervolgens niets te kopen. Ze hadden de grootste lol en dat kan ik me helemaal voorstellen. Hierna hadden ze allebei minder moeite met het vragen van steun, zowel in privé als op het werk.

 

Welke risico-opdracht kun jij voor jezelf (laten) bedenken om jezelf wat meer uit te dagen? Ik ben benieuwd en lees je reactie graag.

 

 

© Petra van Reek | IK-werk

 

> 0 reacties

> Plaats reactie

 


 

Feestdagen met familie? Zo wordt het écht leuk!

Gepubliceerd op 19 december 2012 door Petra van Reek

 

Tijdens het laatste blok van de opleiding tot allround Voice Dialogue Coach viel mij op hoeveel mensen opzien tegen familiebezoek tijdens de kerstdagen. Al die sociale verplichtingen als je eigenlijk toe bent aan rust na een jaar hard werken. En dan ook nog die opgelegde vrolijkheid en gezelligheid, terwijl je je misschien juist moe of somber voelt. Ik zag menig gezicht betrekken toen we het hadden over ieders kerstplannen. En dan te bedenken dat we allemaal ervaren coaches, trainers en psychologen zijn!

Het herinnert me aan een grappige uitspraak op een Loesje-kalender jaren geleden: 'Als je denkt dat je verlicht bent, ga dan eens een weekend bij je ouders logeren.' Ja, zo'n logeerpartij triggert natuurlijk wel wat! Zodra je bij je (schoon)familie bent, voel je je weer een rebelse puber en beland je weer in dezelfde discussies als vroeger. Of je merkt dat je juist ontzettend aan het pleasen bent om de sfeer maar niet te bederven. Kortom, je voelt je onvrij. Hoe kan dat nou? In dit artikel beantwoord ik deze vraag en geef ik je dé tip hoe je het écht leuk kunt hebben met elkaar. Tijdens de feestdagen en daarna.

Maar voordat ik dat doe, wil ik je eerst even kort uitleggen wat Voice Dialogue en de 'psychologie van de ikken' inhoudt. Want vanuit deze invalshoek wil ik deze vraag graag beantwoorden.

Voice Dialogue is een methode voor persoonlijke ontwikkeling die ontwikkeld is door het psychotherapeuten-echtpaar Hal en Sidra Stone in de jaren zeventig. Zij gaan er, net als Jung, van uit dat elk mens bestaat uit meerdere 'ikken' en dat we al die ikken overal met ons meedragen. Veelvoorkomende ikken zijn: de Pleaser, de Perfectionist, de Pusher, de Denker, de Levensgenieter, het Innerlijke Kind en de Innerlijke Criticus. Maar er zijn er ontelbaar veel meer! Het zijn allemaal subpersonen in jezelf zijn met een eigen stem, eigen wil, eigen gevoelens en eigen gedrag. Met Voice Dialogue kun je in gesprek komen met al die verschillende ikken in jezelf. Doel daarvan is dat je ze leert herkennen en door een proces van bewustwording weer keuzevrijheid ervaart. In plaats van onbewust geleefd te worden door enkele ikken in jezelf, die andere ikken in jou verstoten en daarmee jouw gedragsrepertoire behoorlijk beperken.

Kun je je hier iets bij voorstellen? Zo niet, dan kan het helpen als je je persoonlijkheid ziet als een bus vol ikken. Alle subpersonen zijn passagiers en jijzelf zit als chauffeur achter het stuur. Denk je. Maar vaak is het één subpersoon die de bus bestuurt zonder dat je dat door hebt (of het zijn er een paar). Bijvoorbeeld je Pleaser die wil dat iedereen het naar zijn zin heeft, maar jouw behoeftes voor het gemak vergeet. Of je Pusher die voortdurend wil dat je méér doet en opschiet. Als je deze ikken sterk hebt ontwikkeld, belanden de subpersonen die meer houden van rust en genieten automatisch achterin de bus. Met als gevolg dat je niet meer weet hoe je moet ontspannen of wat je werkelijk wilt in het leven.

Hoe subpersonen een rol spelen in de aanloop naar de feestdagen: een (wellicht herkenbaar) voorbeeld.
Het is de week voor kerst en je bent druk bezig met het afronden van je werkzaamheden voor de kerstvakantie. Het lukt je moeilijk geconcentreerd te blijven, want je hebt een vol hoofd. 'Niks vergeten en geen fouten maken' zegt je Perfectionist. 'Kunnen we niet nu al stoppen met werken? Ik heb geen zin meer en wil relaxen' zegt je Levensgenieter. 'Nee, nog even doorgaan, het is bijna af' zegt je Pusher. 'Ook tijd inplannen om morgen op elke kerstkaart nog een persoonlijke tekst te zetten', zegt je Pleaser. Tja, en wat doe je dan? In mijn geval: doorwerken, hoe moeizaam het ook gaat. Ik heb een sterke Pusher. ;-) En daardoor helaas ook nog wel eens een stijve nek. :-(

Als je dit zo leest en herkent, zou je bijna denken dat je een meervoudige persoonlijkheidsstoornis hebt. Maar wees gerust, dat is niet zo. Iedereen heeft dit. Het is normaal. Nogmaals: het is de kunst om de verschillende ikken te (h)erkennen en er zelf weer de regie over te krijgen.

Nu terug naar de vraag aan het begin van dit artikel.

Hoe komt het nou dat je tijdens familiebezoek soms ineens 'jezelf verliest' en belandt in oude patronen?
Het heeft vaak alles te maken met bindingspatronen, één van de pijlers uit het gedachtegoed van de Stones. Bij een bindingspatroon neemt (vaak onbewust) een subpersoon het stuur van je persoonlijkheid over, zowel bij jou als bij de ander. Je kunt dan alleen nog maar op de ander reageren met de manieren van deze subpersoon. Op zich is er niks mis met bindingspatronen, tenzij je er last van hebt. Dan is er sprake van een negatief bindingspatroon.

Terug naar het kerstvoorbeeld om een (mogelijk herkenbaar) negatief bindingspatroon te illustreren. Je moeder belt je op en zegt vanuit haar Aandachtvragende Ik: "Je komt toch wel hè met Eerste Kerstdag?". Je bent moe en eigenlijk wil je die dag thuisblijven, maar voordat je er erg in hebt zegt jouw Pleaser: "Ja, natuurlijk mam. Hoe laat schikt het?". En dan is het Eerste Kerstdag. Je bent bij je ouders en je voelt je moe en gespannen. Maar in plaats van dat te zeggen, trek je je terug en word je stil. Tijdens het kerstdiner is je moeder jouw afwezige gedrag zat en zegt ze op felle toon tegen je: "Wat ben jij ongezellig vandaag zeg!". Die opmerking raakt je en maakt je verdrietig. Maar in plaats van dat te zeggen, word je boos en verwijt je haar dat ze alleen maar met zichzelf bezig is. Daarop reageert zij kwaad en zegt dat je naar jezelf moet kijken, omdat zij degene is die voor dit diner dagen in de keuken heeft gestaan. Kortom: vuurwerk aan tafel. Gezellig.

Herkenbaar? Dit wil je natuurlijk voorkomen, maar hoe doe je dat?

Hier dan eindelijk dé tip om het écht gezellig te houden tijdens de feestdagen: neem naar je familie ook je verstoten ikken mee (de subs achterin je bus) en spreek je behoefte uit. Volgens de psychologie van de ikken hoef je in een bindingspatroon niet lang naar je verstoten ikken te zoeken. Want de ander heeft hem achter het stuur van zijn bus zitten! In bovenstaand voorbeeld heb je dus jouw Aandachtvragende Ik verstoten, de kant in jou die behoefte heeft aan rust. En hoe meer jij die kant verstoot, hoe meer de ander die Aandachtvragende Ik laat zien. Want ikken polariseren volgens de Stones. Om dus irritatie over en weer te voorkomen kun je het best zelf zorgdragen voor jouw verstoten kanten, dan hoeft de ander die niet voorin zijn bus te zetten. Hoe je dat concreet doet in dit voorbeeld? Heel simpel. Zeg gewoon eerlijk tegen je (schoon)moeder dat je moe bent. Ga wel bij haar op bezoek als je Pleaser dit wil, maar niet heel de dag zodat je ook tijd hebt om uit te rusten. Wedden dat het dan toch nog leuk wordt? Ik lees je reactie graag op deze blog en wens je gezellige feestdagen en alle goeds voor 2013!


 
© Petra van Reek | IK-werk

 

> 1 reacties

> Plaats reactie

 


 

Hoe je perfectionisme je kan tegenwerken + tips

Gepubliceerd op 5 oktober 2012 door Petra van Reek

 

Ben jij iemand die het liefst foutloos werkt? Iemand die bij zichzelf en/of anderen altijd ziet wat er beter had gekund? Grote kans dat je een sterke Perfectionist in je hebt. Ik zeg met opzet niet dat je een perfectionist bent, want dan doe ik je tekort en dat wil ik niet. Daarom spreek ik liever over je (innerlijke) Perfectionist. Dat geeft ruimte voor meer kanten die je waarschijnlijk wel in jezelf herkent, zoals de: Doener, Denker, Levensgenieter, Pleaser, Pusher, Controleur, het Innerlijke Kind en misschien nog wel meer. Elk mens herkent deze 'types' vaak in meer of mindere mate bij zichzelf.

In dit artikel kun je je Perfectionist eens onder de loep nemen. Wie is het? Wat zijn zijn kwaliteiten? Wanneer heb je last van hem? En wat kun je doen om meer grip op hem te krijgen? Ik zeg nu steeds 'hem', maar het kan natuurlijk net zo goed 'haar' zijn. Dat moest ik nog even zeggen van mijn eigen Perfectionist. ;-)

Die van mij bemoeit zich dus nu al met deze tekst. Waar bemoeit die van jou zich mee?

In hun boek 'Ik (k)en mijn ikken' schrijven Karin Brugman, Judith Budde en Berry Collewijn over (o.a.) de Perfectionist:
'Je Perfectionist wil dat je alles in je leven perfect doet. Hij heeft een ideaalplaatje in zijn hoofd en daar moet jij te allen tijde aan voldoen. Hij wil dat je er volmaakt uitziet, een toprelatie hebt, foutloos werkt, je kinderen fantastisch opvoedt en je huis tot in de puntjes op orde hebt. Je Perfectionist verdraagt niet dat anderen zien dat je onvolmaakt bent. Hij is bang dat je dan kritiek krijgt en niet serieus genomen wordt of niet voor vol wordt aangezien. Hij wil voorkomen dat je door de mand valt. Als jij maar heel erg je best doet, kun je in ieder geval niet bekrititseerd worden. Helaas heeft je Perfectionist niet door dat het menselijkerwijze onmogelijk is om aan zijn ideaalbeeld te voldoen. Het kan immers altijd beter. Te veel perfectionisme gaat ten koste van genieten wat er al is. Bovendien kost het ontzettend veel tijd en het ondermijnt je zelfvertrouwen. Zodra iemand iets op je aan te merken heeft, schiet je Perfectionist in de stress. 'Zie je wel: dat had beter gemoeten!' (...) Als alles klopt, is je Perfectionist gerust.'

Je Perfectionist wil dus dat jij alles perfect doet en zorgt daarmee voor kwaliteit. Een 'hard core Perfectionist' wil niet alleen dat je het perfect doet, maar ook dat je het bent. En daarmee legt hij de lat zo mogelijk nóg hoger. Met het risico dat je jezelf volledig uitput en een burnout (reëel) op de loer ligt. Dé burnout-coacktail bestaat namelijk uit drie ingrediënten: een sterke Perfectionist, Pleaser en Pusher.

 

Denk je als gepassioneerde professional: 'Mij overkomt dat niet, want ik vind mijn werk leuk en krijg er energie van'? Realiseer je dan dat je eerst in vuur en vlam moet hebben gestaan om opgebrand te kunnen raken.

Wat kun je doen om te voorkomen dat je wordt geleefd door je Perfectionist (of genoemd trio)? Of hoe krijg jij de regie over je leven weer terug als je al door hem (of hen) geleefd wordt?


Tip 1: Bedenk goed voor wie je het doet

Je Perfectionist vindt dat je voor perfectie moet gaan. Maar wat wil je klant/opdrachtgever of manager? Ik hoor (hr-)managers vaak zeggen dat hun professionals geen '10' hoeven te leveren, maar dat een '7' volstaat. Sterker nog, ze hebben liever dat je voor die '7' gaat, omdat je dan sneller bent en meer tijd hebt voor ander werk. Als jouw (hr-)manager dit ook al eens tegen je gezegd heeft, vraag je dan eens af voor wie je al die exra moeite aan het doen bent terwijl niemand er op zit te wachten. Waarschijnlijk doe je het uitsluitend voor jezelf. Dit kan confronterend voor je zijn, maar het helpt je misschien om de lat wat lager te leggen.

  
Tip 2: Vergeet je lichaam niet

Je Perfectionist kan je zo aan het werk houden dat je je lichaam niet meer voelt en vergeet voor jezelf te zorgen. Je drinkt en eet niet, je gaat niet naar het toilet of je voelt niet dat de spanning in je nek en schouders oploopt door je verkrampte werkhouding. Pas als je maag hard begint te knorren of je flinke hoofdpijn krijgt, ga je lunchen. Maar tot je schrik zie je dan dat het al 14.30 uur is! Herkenbaar? Zet een wekker voor je pauzes en neem dan ook even rust. Of maak met een collega de 'harde' afspraak om op vaste tijden even naar buiten te gaan. Je zult merken dat je daarna veel scherper bent en minder klachten ontwikkelt. Onderzoek door TNO bevestigt hoe gezond de 'lunchwalk' is.


Tip 3: Luister eens wat vaker naar de tegenhanger van je Perfectionist

Je Perfectionist zal vaak zeggen: 'Nog even afmaken' en dan duurt het nog een uur in plaats van vijf minuten. De mensen in je omgeving kunnen dit zat worden, maar waarschijnlijk zit er ook wel een 'ikje' in jou dat genoeg heeft van dit gedrag. Misschien heb je die kant een beetje verstoten, maar schreeuwt hij om aandacht. Wie is het en wat wil die kant van jou? Vaak is het de tegenhanger van de Perfectionist, een kant die liever energie krijgt dan weggeeft. Een kant die houdt van ontspannen en een hekel heeft aan alles wat 'moet'. Misschien wil die wel even eten of naar buiten gaan. Als je een sterke Perfectionist hebt en een burnout wilt voorkomen kan het geen kwaad om eens wat vaker naar deze kant te luisteren. Want van hard werken wordt niemand ziek, maar van te weinig ontspannen wel. 

Kun je wat met deze tips? Ik ben benieuwd en lees je reactie graag op mijn blog. Mijn Pleaser zal je dankbaar zijn. ;-)
 
 
© Petra van Reek | IK-werk

 

 

> 1 reacties

> Plaats reactie

 


 

18 tips om beter te slapen

Gepubliceerd op 19 juli 2012 door Petra van Reek

 

Heb je moeite in slaap te komen? Of lig je 's nachts vaak wakker? Of word je juist veel te vroeg wakker en lukt het je dan niet meer om in slaap te vallen? Een geruststellende gedachte is misschien dat je niet de enige bent. Onderzoek door het CBS toont aan dat een derde van alle volwassenen kampt met slaapproblemen. Ze komen veel voor bij mensen met depressieve klachten, RSI, chronische pijnklachten en burnout. Slapeloosheid zorgt ervoor dat je je moe, slaperig en prikkelbaar voelt. Het zorgt ook voor verminderd functioneren. Je kunt je moeilijk concentreren en je maakt meer fouten.

 

Ook als je geen slaapproblemen hebt is het niet onverstandig je slaap eens onder de loep te nemen. Wellicht kun je de kwaliteit van je slaap nog verbeteren met onderstaande tips zodat je je straks nog fitter voelt én overdag beter presteert.

 

Tip 1: Ga elke dag op dezelfde tijd naar bed en sta elke dag op dezelfde tijd op

Sta ook op dezelfde tijd op als je ’s nachts slecht geslapen hebt. Het helpt om ’s avonds makkelijker op dezelfde tijd in slaap te kunnen vallen en zo je biologische ritme te verankeren. Deze tip staat niet voor niets bovenaan, het is de krachtigste van alle 18.

 

Tip 2: Slaap niet meer dan nodig is om je de volgende dag uitgerust te voelen

Als je heel lang in bed ligt kan dat leiden tot een verbrokkelde en lichte slaap. Beperk dus de tijd die je in bed licht om dieper te slapen.

 

Tip 3: Doe drie keer per week 20 minuten aan lichamelijke inspanning

Het gaat hierbij niet alleen om sporten, maar om elke vorm van beweging. Fietsen, stevig wandelen en tuinieren zijn prima alternatieven. Doe dit alleen niet vlak voordat je naar bed gaat, want dan ben je klaarwakker. De anderhalf uur voordat je gaat slapen kun je beter besteden aan ontspanning dan aan inspanning. Beter dus ook niet werken, thrillers kijken of spannende boeken lezen voor het slapen.

 

Tip 4: Plan tijd in voor plannen en piekeren

Dit kun je het best aan het begin van de avond doen. Je begint met het maken van een planning voor de volgende dag (als je dat niet al gedaan hebt op je werk, want dat is nóg beter). Daarna neem je maximaal een uur om gericht te piekeren. Daarmee bedoel ik dat je één van je problemen beetpakt en doelgericht gaat nadenken over een oplossing (of een eerste stap in die richting). Notoire piekeraars doen er goed aan een wekker te zetten en ook echt te stoppen wanneer de wekker gaat. Probleem nog niet opgelost? Geen probleem, morgen is er weer een dag! Ga na je piekeruur liever een ontspanningoefening doen of mediteren als je dit kunt.

 

Tip 5: Zorg ook overdag voor ontspanning

Zo voorkom je dat stress zich opbouwt waardoor je lichaam ’s avonds één brok spanning is.

 

Tip 6: Doe geen middagdutjes als je ’s nachts slaapproblemen hebt

Middagdutjes kunnen ervoor zorgen dat je ’s avonds moeilijker inslaapt en je nachtrust verstoren. Als je geen slaapproblemen hebt kan het niet zoveel kwaad.

 

Tip 7: Creëer een vast avondritueel

Bijvoorbeeld: afwassen, opruimen, lichten dimmen, tanden poetsen en dan naar bed. Zo’n vast avondritueel kan je helpen om ‘s avonds makkelijker in slaap te vallen.

 

Tip 8: Gebruik de slaapkamer alleen om in te slapen (en te vrijen)

Om makkelijker in slaap te komen is het belangrijk dat je je slaapkamer alleen associeert met slapen en niet met wakker zijn. Liever dus niet lezen of televisiekijken op je slaapkamer.

 

Tip 9: Zorg ervoor dat je slaapkamer comfortabel, donker en stil is

Hiermee voorkom je dat je ’s nachts wakker wordt van licht of geluid. Ook als je niet wakker wordt van geluiden kan het de kwaliteit van je slaap negatief beïnvloeden. Vloerbedekking, gevoerde gordijnen en het sluiten van de slaapkamerdeur kunnen helpen dit te voorkomen. Goede oordoppen helpen als je ondanks alle maatregelen toch nog geluiden hoort.

 

Tip 10: Zorg voor een aangename temperatuur in je slaapkamer

Een te warme of koude slaapkamer kan je slaap negatief beïnvloeden. Ook koude voeten kunnen je uit je slaap houden.

 

Tip 11: Neem geen heet bad of hete douche vlak voordat je gaat slapen

Om makkelijk te kunnen inslapen moet je lichaamstemperatuur namelijk dalen. Een heet bad of hete douche helpt dan niet. Wel kun je twee uur voordat je gaat slapen een bad nemen waaraan je kamille toevoegt voor de ontspanning. Roer twee theelepels kamille door kokend water, laat dit mengsel 10 minuten afkoelen en giet het dan door een zeef in je badwater.

 

Tip 12: Leg een lavendelkussentje onder je hoofdkussen

De geur van lavendel werkt rustgevend. Je kunt ook een aromabrander de geur van lavendel in je slaapkamer laten verspreiden.

 

Tip 13: Eet regelmatig en ga niet met een hongergevoel naar bed

Honger kan je slaap verstoren. Een lichte snack (vooral koolhydraten) vlak voor het slapengaan kan helpen. Vermijd vette of zware voeding.

 

Tip 14: Drink ’s avonds liever geen alcohol, maar neem een kruidenthee die de slaap bevordert

Alcohol kan je helpen makkelijk in slaap te vallen, maar het verstoort de slaap later in de nacht. Kruidentheemengsels die de slaap bevorderen zijn te koop bij supermarkt en drogist, maar je kunt ook zelf een mengsel maken. Kies drie soorten uit de volgende rij: hop, valeriaan, groene munt, kamillebloemen, meidoornbessen, Sint Janskruid, kava kava, passiebloem, citroenmelisse. Drink niet te veel om te voorkomen dat je ’s nachts vaak naar het toilet moet.

 

Tip 15: Beperk het gebruik van stimulerende middelen

Stimulerende middelen zijn nicotine en alle cafeïnehoudende producten (zoals koffie, thee, chocola en Red Bull). Ze kunnen problemen geven bij het inslapen en doorslapen. Ook kunnen ze de slaap lichter maken, zelfs als je alleen overdag deze middelen hebt gebruikt.

 

Tip 16: Vermijd het gebruik van slaappillen zo veel mogelijk

Uit grote wetenschappelijke onderzoeken is gebleken dat het dagelijks slikken van slaappillen net zo ongezond is als het dagelijks roken van één tot twee pakjes sigaretten. Je loopt zes tot acht keer zoveel risico om te overlijden door beschadiging aan je ademhalingsorganen.  Een ander vervelend effect is dat je eerder in een soort bewusteloze toestand raakt dan slaapt en weer wakker wordt als de pil is uitgewerkt. Vaak slaap je dan ook niet meer in of heb je het gevoel een kater te hebben. Dit komt doordat de slaap niet natuurlijk is.

 

Tip 17: Denk niet steeds: “Ik kan niet slapen!”

Tja, wat dan wel als je al uren wakker ligt? Hierover zijn de meningen verdeeld. Sommige deskundigen zeggen dat je na 15 minuten wakker liggen beter uit bed kunt gaan om even wat anders te doen totdat je weer slaperig wordt. Bijvoorbeeld even de gedachten noteren die je bezighouden of door een tijdschrift bladeren, bij voorkeur bij gedimd licht. Vooral geen inspannende/stimulerende dingen gaan doen, zoals werken of iets achter een beeldscherm. Andere deskundigen zeggen dat je het best in bed kunt blijven liggen als je niet in slaap komt. Om de frustratie over je slapeloosheid te beperken kun je dan het best een ontspanningsoefening doen (zoals focussen op je ademhaling), leuke herinneringen (in denkbeelden) ophalen of terugtellen van 10.000 naar 0 in stappen van 7. Zelfs als je dan nog niet in slaap valt, blijf je in elk geval rustig en komt ook je lichaam tot rust.

 

Tip 18: Draai je wekker om zodat je hem niet kunt zien

Niets is zo frustrerend als het zien verstrijken van de tijd terwijl je niet kunt slapen. Frustratie, boosheid en angst helpen je niet om in slaap te komen. Als je de wekker voor de volgende morgen hebt gezet, is het niet meer nodig om de klok te volgen.

 

Als je al langere tijd slecht slaapt is het belangrijk om de oorzaak van je slaapproblemen op te sporen. Alleen zo zal het je lukken jouw slaapprobleem bij de kern aan te pakken. Pieker je veel over je werk? Dan is de training ‘IK-werk ontspannen: (werk)stress de baas’ of persoonlijke coaching misschien iets voor jou. Een kennismakingsgesprek is bij mij altijd geheel vrijblijvend. Is dat het niet en heb je alles al eens geprobeerd? Bespreek je klachten dan eens met je huisarts. Hij of zij kan je vast verder helpen of doorverwijzen naar een professional die het beste aansluit bij jouw specifieke klachten en situatie.

 

Welke slaaptip vind jij het meest nuttig? Of heb jij nog een goede slaaptip die je met anderen wilt delen? Plaats je reactie dan op mijn blog. Daarvoor mijn dank!

 

 

© Petra van Reek | IK-werk

 

> 6 reacties

> Plaats reactie

 


 

Hoe je zèlf je problemen kunt oplossen met de wondervraag

Gepubliceerd op 27 april 2012 door Petra van Reek

 

Wat zou het heerlijk zijn als we konden toveren, niet? Al onze problemen zouden als sneeuw voor de zon verdwijnen. Dag moeheid, bye bye stapels op het bureau, adios onzekerheid en tot nooit meer ziens lastige collega. Wat zou jij veranderen als je zou kunnen toveren?

 

Tja, als we zouden kunnen toveren… maar dat kunnen we niet, dus wat heeft het voor zin om over deze vraag na te denken? Dit blijkt uiterst zinvol en helpend kan ik je vertellen! Ik zou je hier kunnen uitleggen waarom dit zo is, maar liever laat ik het je ervaren met behulp van de wondervraag. Zin in een gedachte-experiment? Het duurt ongeveer 10 minuten. Daarna zul je in staat zijn zelf de eerste stappen te zetten richting jouw ‘wonder’.

 

Goed, neem voor dit eerste experiment met ‘de wondervraag’ eens een klein probleem in gedachten dat je graag zou willen oplossen. Denk bijvoorbeeld aan: de discipline opbrengen om vaker gezond te eten of te sporten, het opruimen van je huis, het wegwerken van je administratie, het aanspreken van een collega. Zoiets. Ter illustratie doe ik mee met een eigen voorbeeld: het plannen van een vakantie altijd tot het laatste moment uitstellen waardoor het alleen maar stress oplevert in plaats van plezier.

 

Stel nu, dat er vannacht terwijl je slaapt een wonder gebeurt. Door dit wonder is het probleem waar je mee worstelt voldoende opgelost om er mee verder te kunnen. Maar je weet dat niet, want je sliep.

 

1. Waaraan zul je morgenochtend het eerste merken dat het wonder gebeurd is? Wat zal er dan anders zijn?

In mijn voorbeeld: de klok zou zijn teruggedraaid. Het zou januari zijn en ik zou ontspannen wakker worden omdat er nog voldoende tijd is om een vakantie te boeken. Ik zou zelfs nog in aanmerking komen voor vroegboekkorting.

 

2. Wat zul je anders doen?

Ik zou mijn man wakker kussen en voorstellen die dag samen te lunchen op een leuke stek om daar vakantieplannen te maken.

 

3. En wat nog meer?

Na het ontbijt zou ik met een goed gevoel aan het werk gaan en bergen werk verzetten door het leuke vooruitzicht: een lekkere lunch met mijn man én samen leuke plannen maken voor de vakantie.

 

4. En wat nog meer?

Ik zou vrolijker zijn en minder piekeren over wat ik allemaal nog moet doen, zoals tijdig een vakantie regelen.

 

5. En wat nog meer?

Als we na die lunch de bestemming bepaald hebben, zou ik daarna met een tevreden gevoel weer aan het werk gaan en dezelfde week nog bij het reisbureau langsgaan om reisgidsen te halen en tips te vragen. Ik zou ook naar de bibliotheek of boekhandel gaan om vast een paar boeken over de vakantiebestemming te halen zodat we ons alvast kunnen inlezen en voorbereiden.

 

6. Wat zien anderen aan je dat hen duidelijk maakt dat er wat veranderd is?

Ze zouden zien dat ik vrolijker en meer ontspannen ben.

 

7. En wat nog meer?

Ze zouden zien dat ik meer energie heb en meer geniet van het leven.

 

8. En wat nog meer?

Ze zouden zien dat ik vaker het initiatief neem voor ontspannende activiteiten, zoals: tennissen, uitgaan, lezen, saunabezoek.

 

9. Wie zal het verder merken als het wonder gebeurd is?

Vooral mijn man.

 

10. Wat zal die persoon dan anders doen?

Mijn man zou aangestoken worden door mijn vrolijkheid en enthousiast worden van mijn plannen.

 

11. En wat nog meer?

Hij zou zelf ook meer initiatief nemen in de plannenmakerij.

 

12. Hoe zullen ze het op je werk merken?

Klanten zouden merken dat ik meer ontspannen ben.

 

13. En wat nog meer?
Collega’s zouden zien dat ik meer plezier en energie heb.

 

14. Hoe zullen je ouders het merken?

Dito als klanten en collega’s.

 

15. En wat nog meer?

Ze zouden merken dat ik vaker contact opneem voor een praatje of een gezellig plan.

 

16. En wat nog meer?

?

 

17. Hoe zal je beste vriend het merken?

Mijn beste vriendinnen zouden me minder onzeker en tobberig vinden.

 

18. En wat nog meer?

We zouden vaker afspreken en meer lol hebben.

 

19. Hoe zullen je kinderen het merken?

Mijn zoontje zal merken dat ik meer lach en actiever met hem ben.

 

20. En wat nog meer?
Hij zou merken dat pappa ook vrolijker is en dat we als gezin veel voorpret hebben.

 

21. En wat nog meer?
Hij zou van ons leren dat vakanties plannen leuk is en dat het belangrijk is om tijd te maken voor ontspanning.

 

Lukt het je om deze vragen voor jezelf te beantwoorden? Wat doet het met je? Sta jij net als ik versteld van de enorm positieve effecten die het zou hebben als je zo’n klein probleem aanpakt? Door al het denkwerk dat je met dit experiment hebt verricht, ligt het wonder dat zo ver weg leek ineens binnen handbereik! Je hebt immers zelf alle oplossingen al bedacht en je weet waar je het voor doet. Mijn zomervakantie is ondertussen geboekt en we hebben nog tijd voor voorpret. Wat is de eerste stap die jij gaat zetten? Ik lees het graag op deze blog!

 

 

© Petra van Reek | IK-werk

 

> 0 reacties

> Plaats reactie

 


 

Zo houd je je goede voornemens wél vol!

Gepubliceerd op 8 februari 2012 door Petra van Reek

 

De meerderheid van alle Nederlanders maakt aan het eind van het jaar goede voornemens. ING Economisch Bureau onderzoekt jaarlijks wat deze zijn en publiceerde voor 2012 de volgende top 5:

  1. afvallen
  2. minder druk maken
  3. zuiniger leven
  4. meer sporten/bewegen
  5. beter voor mezelf opkomen

Het maken van goede voornemens is vaak niet zo moeilijk, maar het volhouden wel! Geen tijd, geen zin, geen energie, geen discipline, geen lef. Het zijn allemaal verklaringen (smoesjes?) waardoor je weer terugvalt in je oude gewoontes. Vaak met als gevolg dat je baalt van jezelf, de goede voornemens overboord gooit en je voorneemt nooit meer goede voornemens te maken.

 

Hoe komt het nou dat het volhouden vaak zo’n probleem is? Laat ik dit eens illustreren met een eigen voorbeeld. Ik denk dat het heel herkenbaar is voor de gedreven professionals onder ons.

 

Ik ben wel eens vaker begonnen met hardlopen, maar deed dit altijd met een ‘alles of niets-mentaliteit’. Dan begon ik (zonder warming-up) heel fanatiek, raakte binnen 20 minuten volledig buiten adem, kreeg pijn in mijn been en stopte er vervolgens mee. Om dit te voorkomen ben ik op zoek gegaan naar een praktisch trainingsschema voor beginners. En wat schetste mijn verbazing? Het schema begint met 20 minuten wandelen! Met drie keer per week trainen bouwt het in 12 weken op naar 30 minuten hardlopen. Kortom: zoals zo vaak wilde ik te snel te veel. Mijn doelen waren onhaalbaar. En daarmee negeerde ik les 1 over doelen stellen en motivatie uit de sportpsychologie.

 

Les 1: kies een prestatiedoel dat uitdagend én haalbaar is zodat je het vol kunt houden

Bij prestatiedoelen zet je je eigen prestaties af tegen harde meetcriteria zoals: tijd, afstand, kilo’s of hartslagen per minuut. Voordeel van dit soort doelen is dat je je prestaties niet  vergelijkt met die van anderen (wat je wel doet bij winstdoelen). Hierdoor kun je het op je eigen niveau/tempo doen. Maar dan moet je jezelf dus wel realistische prestatiedoelen stellen, anders houd je het niet vol!

 

Deze les is ook toepasbaar in het werk. Want ook in het werk kun je de lat voor jezelf onrealistisch hoog leggen. Zo was vorig jaar mijn doel om mijn inkomen minimaal gelijk te houden aan dat toen ik nog in loondienst werkte. Het is me zeker gelukt, mede door mijn freelancewerk. Maar ik kwam in tijdnood met mijn eigen acquisitie en ontwikkeling en werd daar ontevreden over.

 

Voor 2012 heb ik mijn ambities bijgesteld: minder freelancen en meer tijd maken voor acquisitie en ontwikkeling. Dit jaar ben ik tevreden als ik vier nieuwe opdrachtgevers/doorverwijzers heb en ik twee opleidingen (voor mijn eigen professionele ontwikkeling) heb afgerond. Dit gaat me zeker lukken!

 

De volgende drie lessen zijn voor mij ook heel waardevol gebleken, zowel voor het hardlopen als voor het werk.

 

Les 2: stel voor jezelf ook procesdoelen op

Bij procesdoelen gaat het niet meer over wat je bereikt, maar meer om hoe je dat doet. Zo zijn mijn procesdoelen voor het hardlopen ‘ontspannen lopen’ en ‘genieten van lekkere muziek op mijn iPod’. Heel subjectieve doelen natuurlijk, maar ze motiveren me wel om het hardlopen drie keer per week vol te houden!

 

Voor het werk stelde ik mezelf vaak uitsluitend prestatiedoelen: vandaag alle onbeantwoorde e-mails beantwoorden, morgen twee verslagen afmaken, één artikel per doelgroep per kwartaal schrijven, vijf (telefonische) acquisitiegesprekken per week voeren etc. Prima doelen en vaak ook wel haalbaar na bewustwording van les 1. Desondanks kreeg ik op den duur last van een pijnlijke nek, schouders en armen. Ik merkte dat ik te vaak te verkrampt aan het werk was. Te veel bezig met wat mijn hoofd wilde en te weinig aandacht voor mijn lijf. Sinds ik me hier bewust van ben hanteer ik als procesdoel: ‘ontspannen en gefocust werken’. Dit gaat bij mij niet vanzelf, maar door op een dag regelmatig te checken of mijn lijf nog ontspannen is en me te focussen op één taak tegelijk, gaat het een stuk beter. Ik heb minder pijnklachten en ben veel productiever dan daarvoor.

 

Les 3: vertel anderen van je voornemens

Mijn hardloopplannen heb ik verteld aan familie en vrienden en ik heb het ook op Facebook gezet. Daar kwamen veel ‘vind ik leuk’-reacties op, wat mij weer motiveerde om door te gaan. Nu vertel ik het aan jou als lezer van mijn nieuwsbrief en kun jij me er ook aan blijven herinneren als je dat wilt. Als dat geen goede stok achter de deur is! 

 

Wat betreft mijn voornemen om minder ’s avonds te werken heb ik met mijn man afgesproken dat ik maximaal twee avonden per week mag werken. Heel SMART, maar vooral veel gezelliger.

 

Les 4: houd je doelen letterlijk voor ogen

Dit kun je doen door het eindresultaat dagelijks te visualiseren of er een foto van te maken en die op een strategische plek te plaatsen. Het helpt je op zwakke momenten sterk te blijven. Zo staat op mijn bureau een foto van mijn zoontje en mij terwijl we aan het voetballen zijn. Ik wil graag een fitte moeder voor hem zijn én blijven, vooral daarom loop ik hard. Daarnaast staat een foto van een romantisch diner met mijn man. Die foto herinnert mij er dagelijks aan waarom ik niet meer zo veel ’s avonds wil werken.

 

Welke doelen heb jij jezelf gesteld voor 2012? En vind jij deze vier lessen uit de sportpsychologie ook inspirerend? Of heb jij nog een goede aanvullende tip? Ik lees je reactie graag.

 

 

© Petra van Reek | IK-werk

 

> 5 reacties

> Plaats reactie

 


 

Waaraan herken je een burnout?

Gepubliceerd op 19 december 2011 door Petra van Reek

 

Een klant die ik gecoacht heb omschreef burnout als 'wel 1000 keer moe' naar het gelijknamige boek van Odette Meyer. Intense vermoeidheid is één van de kenmerken van een burnout, maar er zijn er meer.

 

Voordat ik deze noem, zal ik eerst aangeven wat burnout is en waarin burnout verschilt van overspanning. Voor de oplossingsgerichten onder ons sluit ik het artikel af met een aantal tips over wat je kunt doen als je deze kenmerken bij jezelf herkent.

 

Wat is een burnout? In recente wetenschappelijke literatuur wordt burnout omschreven als 'een vorm van langdurige vermoeidheid die in verband staat met ervaren stress op het werk en onderscheiden kan worden van andere psychologische klachtenpatronen (klinische depressiviteit), terwijl er geen sprake is van psychiatrische stoornissen' (bron: Stress, productiviteit en gezondheid van Prof. d.r. A.W.K. Gaillard, 2011). Ondertussen is ook bekend dat een burnout niet alleen veroorzaakt wordt door werksituaties. Privé-omstandigheden kunnen ook leiden tot een burnout, al dan niet in combinatie met werk.

 

Burnout en overspannenheid worden soms als synoniemen gebruikt, maar het is niet hetzelfde. Bij overspannenheid is er een aanwijsbare kortetermijnoorzaak. In de afgelopen drie maanden ben je bijvoorbeeld verhuisd, van baan veranderd of gescheiden. Een gevoel van labiliteit en opgejaagdheid staan voorop, maar je hebt nog wel energie. 

 

Burnout daarentegen is het gevolg van chronische stress. Je hebt het zelf misschien niet eens gemerkt, maar je bent al jaren over je grenzen heen gegaan en ineens gaat het niet meer. Je voelt je volledig opgebrand, energieloos, wel 1000 keer moe. De klachten zijn ernstiger dan bij overspannenheid en herstel duurt veel langer, soms wel 2,5 jaar met blijvende restverschijnselen zoals concentratieproblemen en overgevoeligheid voor stress.

 

Wat zijn de kenmerken van een burnout? 

 

1. Emotionele uitputting

De accu is leeg, zowel mentaal als fysiek. Je hebt veel last van vermoeidheid en concentratieproblemen. De uitputting wordt veroorzaakt door aanhoudende werkstress, zoals: een hoge werkdruk, tijdsdruk, confrontaties met klanten etc.

 

2. Distantie ten opzichte van het werk

Je voelt je minder betrokken bij het werk dan voorheen. Je wordt cynisch en je neemt afstand van je werk, de organisatie, klanten en je collega's. Je trekt je terug om jezelf te beschermen tegen negatieve emoties. Dit is een opvallend kenmerk omdat mensen je zo niet kennen. Voorheen was je de ideale collega die goed functioneerde. Je was altijd heel betrokken, ambitieus, plichtsgetrouw en een echte doorzetter. Pines & Aronson omschrijven het heel treffend: 'om te zijn opgebrand, moet men eerst in vuur en vlam hebben gestaan'.

 

3. Gevoel van verminderde bekwaamheid

Je hebt het gevoel dat je niet goed functioneert, dat je in professioneel opzicht tekort schiet. Hierdoor twijfel je aan je eigen kennis en vaardigheden.

 

Herken je jezelf in bovenstaande kenmerken? Het kan zijn dat je burnout dreigt te raken of al bent. Ga voor een goede diagnose en behandeling naar een burnoutspecialist, bijvoorbeeld een psycholoog, psychotherapeut, coach of haptotherapeut die gespecialiseerd is in burnout. Raadpleeg ook je huis- of bedrijfsarts om medische oorzaken uit te sluiten. Bij een burnout zijn er vaak zo'n vijftien sessies van een uur nodig voor herstel. Realiseer je dat hoe langer je doorloopt met burnoutklachten, hoe langer je herstel duurt.

 

Wat kun je doen als je burnoutklachten bij jezelf herkent? Hieronder geef ik je drie tips.  

 

Drie tips voor hardwerkende professionals met stress- en burnoutklachten: 

 

1. Ga tijdelijk wat minder werken zodat je kunt uitrusten en aan je conditie kunt werken

Een goede behandeling van burnout start met aandacht voor lichamelijk herstel. Dat betekent goed en regelmatig slapen, gezond eten, maximaal vier glazen alcohol per week drinken, ontspanningsoefeningen doen en regelmatig bewegen. Beweging is belangrijk om afvalstoffen af te voeren en je te ontspannen (zeker voor hoofdwerkers), dus doe dit ook als je moe bent. Het helpt echt! Maar overvraag jezelf niet en neem na de inspanning ook weer tijd voor ontspanning. Moeite met inslapen? Doe dan 's avonds geen inspannende dingen meer.

 

2. Maak een overzicht van je energiegevers en je energievreters in werk en privé. Vermijd de energievreters en doe meer met je energiegevers

Wat geeft jou energie en wat kost jou energie? Neem in je overzicht de volgende categorieën op: sociale contacten (vrienden, collega's e.d.), hobby's, werk, vrijwilligerswerk, persoonlijke eigenschappen (sterke kanten waarmee je jezelf kunt helpen), financieel, opleidingen, relatie/gezin/familie, werk (inhoud, uitdaging, waardering, leiding e.d.), huishouden, geloof/zingeving, toekomstbeelden/idealen. Om gewicht te geven aan je energiegevers en -vreters kun je ze een score geven van 0 tot 10, waarbij 0 staat voor 'geeft/kost heel weinig energie' en 10 voor 'geeft/kost heel veel energie'. Zo geeft je overzicht je ook inzicht.

 

3. Pak de oorzaken van je klachten aan

Veel mensen denken dat ze met een weekendje weg er wel weer tegenaan kunnen. Natuurlijk helpt het je om even op adem te komen, maar je lost er de oorzaken van je klachten niet mee op. Vaak is het een combinatie van factoren die gerelateerd zijn aan je werk, je privéleven en je persoonlijkheid. Je hebt de afgelopen jaren bijvoorbeeld veel ingrijpende reorganisaties meegemaakt, de werkdruk is altijd hoog, je hebt vaak boze klanten aan de telefoon, thuis ben je de steunpilaar voor je partner en door je behulpzaamheid heb je moeite met nee zeggen. Als je het gevoel hebt hier niks aan te kunnen veranderen, maak dat dan eens bespreekbaar met je manager. Misschien zie je mogelijkheden om de druk te verlagen over het hoofd. Kom je er samen achter dat het vooral in jouw persoonlijkheid zit? Vraag dan om een persoonlijk coachingstraject bij een burnoutexpert die oog heeft voor jouw persoonlijkheid én jouw werkcontext.

 

© Petra van Reek | IK-werk

 

Ik ben benieuwd naar jouw reactie!

Wat zijn jouw ervaringen met het herstellen van een burnout? Welke tips vind je nuttig en welke zou je andere lezers nog willen meegeven?

 

> 1 reacties

> Plaats reactie